Buitenschoolse opvang (BSO) vangt schoolkinderen op vóór en ná schooltijd en tijdens vakanties. De uurtarieven liggen in 2026 doorgaans rond de €8 tot €10,50 per uur, afhankelijk van de organisatie en de regio. De kinderopvangtoeslag wordt berekend over een maximum uurtarief van €9,98.
Wat bepaalt de kosten van BSO?
- Het uurtarief. Boven het maximum van €9,98 betaal je het meerdere zelf.
- Voor- en/of naschoolse opvang. Alleen naschools is goedkoper dan voor- én naschools.
- Vakantieopvang. Hele vakantiedagen tellen meer uren dan een gewone schoolmiddag. Let op of vakanties in je contract zitten.
- Schoolweken- of jaarcontract. Een 40-wekencontract (alleen schoolweken) is goedkoper dan opvang het hele jaar door, maar dekt geen vakanties.
Netto kosten na kinderopvangtoeslag
Een voorbeeld voor enkele middagen per week, circa 50 uur per maand tegen het maximumuurtarief van €9,98. Bruto kost dat 50 × €9,98 = €499 per maand.
| Vergoedingspercentage | Bruto per maand | Kinderopvangtoeslag | Eigen bijdrage |
|---|---|---|---|
| 96% (inkomen tot €56.412) | €499 | €479 | €20 |
| 70% (hoger inkomen, ter illustratie) | €499 | €349 | €150 |
Goed om te weten
- BSO valt onder dezelfde kinderopvangtoeslag-regels als dagopvang, maar met een lager maximumuurtarief (€9,98 in plaats van €11,23).
- Ook voor BSO geldt de grens van maximaal 230 uur per kind per maand.
- Reken vakanties mee in je jaarbegroting: in vakantieweken loopt het aantal uren — en dus de kosten — flink op.