Wat Nederland kan leren van kinderopvang in Zweden en Denemarken
Scandinavische kinderopvang als voorbeeld voor Nederland
Nu Nederland worstelt met de hervorming van het kinderopvangstelsel, kijken beleidsmakers steeds vaker naar Scandinavie. In Zweden en Denemarken is kinderopvang al decennia een publieke voorziening met lage kosten voor ouders. Hoe werkt dat precies, en wat kan Nederland hiervan overnemen?
Het Zweedse model: maximaal 3 procent van je inkomen
In Zweden betalen ouders voor het eerste kind een bijdrage van 3 procent van het totale gezinsinkomen, met een maximum van circa 135 euro per maand. Voor het tweede kind is dat 2 procent (maximaal 90 euro) en voor het derde kind 1 procent (maximaal 45 euro). Kinderen vanaf drie jaar hebben recht op 525 uur gratis voorschoolse opvang per jaar.
De landelijke overheid stelt de maximumpercentages en het inkomensplafond vast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en financieren het grootste deel van de kosten uit belastinginkomsten. Meer dan 80 procent van de Zweedse kinderopvang wordt door gemeenten zelf aangeboden.
Het Deense model: ouders betalen maximaal een kwart
In Denemarken betalen ouders maximaal 25 procent van de variabele kosten van de opvang, zoals personeelskosten en materiaal. De huisvestingskosten komen volledig voor rekening van de gemeente en worden niet doorberekend aan ouders.
De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk. Tot een inkomen vergelijkbaar met het Nederlandse modale inkomen van ongeveer 40.000 euro bruto per jaar betalen Deense ouders helemaal niets. Rond 70 procent van de jonge kinderen in Denemarken maakt gebruik van formele kinderopvang.
Hoe verschilt Nederland?
Nederland is het enige land in de vergelijking dat uitsluitend private aanbieders kent. Onderzoek van Berenschot naar internationale kinderopvangstelsels laat zien dat alle vergeleken landen, waaronder Denemarken, Zweden, Frankrijk, Duitsland en Engeland, een mix van publieke en private aanbieders hanteren.
In Nederland verloopt de financiering via de kinderopvangtoeslag: ouders betalen eerst de volledige rekening en ontvangen achteraf een vergoeding van de Belastingdienst. Dit systeem leidt regelmatig tot terugvorderingen en financiele onzekerheid. In Scandinavie betalen ouders alleen hun eigen bijdrage en loopt de rest via de gemeente.
Kanttekeningen bij het Scandinavische model
De lagere kosten voor ouders in Zweden en Denemarken gaan samen met een hogere belastingdruk. Het ESB-dossier Kinderopvang benadrukt dat landen met ruime vergoedingen en lage ouderkosten dit financieren uit hogere publieke middelen.
Daarnaast waarschuwen onderzoekers van Berenschot dat het Nederlandse stelsel niet zomaar omgebouwd kan worden naar een Scandinavisch model. De huidige marktstructuur met grote private ketens als Partou en KidsFoundation maakt een directe overstap naar publieke opvang ingewikkeld.
Wat betekent dit voor de Nederlandse hervorming?
De stelselherziening van de kinderopvang is in Nederland uitgesteld naar 2029. Het kabinet werkt wel aan een inkomensonafhankelijke vergoeding van 96 procent, maar handhaaft het systeem van private aanbieders met toeslagfinanciering. Onderzoekers en deskundigen pleiten er ondertussen voor om in ieder geval te experimenteren met publieke kinderopvang, naar Scandinavisch voorbeeld.
Advertentie
Advertentie ruimte - Accepteer cookies om advertenties te zien
Bronnen & Referenties
Dit artikel is gebaseerd op onafhankelijk geverifieerde bronnen van de Rijksoverheid, het CBS en brancheorganisaties.
- Krokodilletje - Kijken naar het Zweedse model: hier werkt gratis kinderopvang wel— krokodilletje.nl
- Berenschot - Internationale kinderopvangstelsels in kaart— berenschot.nl
- ESB - Nederland zou moeten experimenteren met publieke kinderopvang— esb.nu
- Gastouderbureau Snoesje - Nederlanders gebruiken het vaakst kinderopvang in Europa— gastouderbureausnoesje.nl