Nieuws3 min leestijd

Brandveiligheid op het kinderdagverblijf: dit zijn de eisen en controles

Deel dit artikel

Brandveiligheid op het kinderdagverblijf: de regels op een rij

Brandveiligheid is een van de belangrijkste veiligheidseisen voor kinderopvanglocaties. De GGD controleert jaarlijks of kinderdagverblijven en BSO's aan de voorschriften voldoen, en gemeenten houden toezicht op de bouwkundige brandveiligheid. Voor ouders is het goed om te weten welke eisen er gelden en waar je op kunt letten.

Welke eisen gelden er?

De brandveiligheidseisen voor kinderopvanglocaties zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en de Wet kinderopvang. De belangrijkste voorschriften zijn:

  • Rookmelders en brandmeldinstallatie: Kinderdagverblijven van een bepaalde omvang die jonge kinderen opvangen, moeten beschikken over een brandmeldinstallatie. Kleinere locaties (onder 200 m² of met minder dan zes kinderbedjes) moeten minimaal rookmelders hebben.
  • Brandblusapparaten: Op elke locatie moeten goedgekeurde brandblusapparaten aanwezig en bereikbaar zijn.
  • Zelfsluitende branddeuren: Deuren in brandscheidingen moeten zelfsluitend zijn om verspreiding van rook en vuur te vertragen.
  • Slaapruimtes als beschermd subbrandcompartiment: Een slaapkamer voor kinderen moet een apart brandcompartiment vormen, zodat kinderen bij brand extra tijd hebben om geëvacueerd te worden.
  • Brandveilige materialen: Meubilair, vloerbedekking, gordijnen, decoraties en speeltoestellen moeten voldoen aan brandveiligheidsnormen.
  • Vluchtwegen: Er moeten voldoende en goed aangegeven vluchtwegen zijn, met noodverlichting en pictogrammen.

Wie controleert de brandveiligheid?

De controle op brandveiligheid in de kinderopvang is verdeeld over meerdere instanties. De GGD voert jaarlijks inspecties uit en kijkt daarbij ook naar veiligheidsaspecten. Signalen over onvoldoende brandveiligheid worden gedeeld met de gemeente, die verantwoordelijk is voor het toezicht op bouwkundige brandveiligheid.

De gemeente kan een last onder dwangsom opleggen of in het uiterste geval een locatie sluiten als de brandveiligheid niet op orde is. Kinderopvangorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en de periodieke inspectie van alle brandveiligheidsvoorzieningen.

BHV en ontruimingsoefeningen

Elke kinderopvanglocatie moet beschikken over opgeleide bedrijfshulpverleners (BHV'ers). Zij zijn getraind in het blussen van een beginnende brand, het verlenen van eerste hulp en het begeleiden van een ontruiming. De Arbocatalogus Kinderopvang schrijft voor dat kinderopvanglocaties minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening houden.

Tijdens een ontruimingsoefening wordt geoefend met het snel en veilig naar buiten brengen van alle kinderen, inclusief baby's en peuters die niet zelfstandig kunnen lopen.

Tips voor ouders

Als ouder kun je bij de rondleiding op een kinderdagverblijf letten op een aantal zaken:

  • Zijn er zichtbare rookmelders en brandblusapparaten?
  • Zijn vluchtwegen vrij van obstakels en goed aangegeven?
  • Vraag hoe vaak er ontruimingsoefeningen worden gehouden
  • Vraag of alle medewerkers een geldige BHV-certificering hebben
  • Controleer of de GGD-inspectierapporten openbaar beschikbaar zijn via het Landelijk Register Kinderopvang
Een goed brandveiligheidsbeleid is een teken van een professioneel georganiseerde kinderopvanglocatie. De GGD-inspectierapporten zijn openbaar en te raadplegen via het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).

Advertentie

Advertentie ruimte - Accepteer cookies om advertenties te zien

Bronnen & Referenties

Dit artikel is gebaseerd op onafhankelijk geverifieerde bronnen van de Rijksoverheid, het CBS en brancheorganisaties.

  1. Royal Safety - Brandveiligheid kinderdagverblijfroyalsafety.nl
  2. Brandregels.nl - Kinderopvangbrandregels.nl
  3. Kinderopvang werkt! - Preventie: brandveiligheidkinderopvang-werkt.nl

Deel dit artikel