Zedenzaak Partou Amsterdam: eerste proformazitting gehouden, OM ontvangt twintig nieuwe meldingen
Eerste proformazitting zedenzaak Partou
Op 11 maart 2026 vond bij de rechtbank Amsterdam de eerste proformazitting plaats in de zedenzaak tegen een 66-jarige invalkracht van kinderdagverblijf Partou. De man uit Almere zit sinds eind november 2025 in voorarrest op verdenking van ontucht met kinderen en het vervaardigen van kinderpornografie.
Twintig nieuwe meldingen
Het Openbaar Ministerie maakte bekend dat er sinds de aanhouding twintig nieuwe meldingen zijn binnengekomen. Het onderzoek loopt nog volop. De verdachte wordt ervan verdacht op zijn eerste werkdag als invalkracht, 20 november 2025, een tweejarig meisje onzedelijk te hebben betast. Bij verder onderzoek bleek dat in totaal dertien kinderen betrokken zijn, van wie bij de meesten naaktfoto's zijn aangetroffen.
Politieke achtergrond
Na de arrestatie werd bekend dat de verdachte eerder raadslid was geweest voor 50PLUS in Almere. Dit detail zorgde voor extra maatschappelijke ophef. De ouders van alle betrokken kinderen zijn inmiddels geinformeerd.
VOG bood geen bescherming
De zaak legt opnieuw de beperkingen bloot van het huidige screeningssysteem. De invalkracht beschikte over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en was via een gecertificeerd uitzendbureau bij Partou terechtgekomen. Brancheorganisatie Kinderopvang en oudervereniging BOinK dringen aan op aanvullende maatregelen bovenop de VOG, zoals verplichte referentiechecks en continue screening.
Gevolgen voor de sector
De zaak heeft de discussie over veiligheid in de kinderopvang opnieuw aangewakkerd. Staatssecretaris Nobel gaf eerder aan de screening van invalkrachten te willen aanscherpen. Partou zelf heeft interne maatregelen genomen en werkt mee aan het onderzoek.
De volgende zitting wordt naar verwachting over enkele maanden gepland. Het OM heeft aangekondigd het onderzoek in de tussentijd voort te zetten.
Advertentie
Advertentie ruimte - Accepteer cookies om advertenties te zien
Bronnen & Referenties
Dit artikel is gebaseerd op onafhankelijk geverifieerde bronnen van de Rijksoverheid, het CBS en brancheorganisaties.